Uit de ouwe doos (2)

In Geen categorieby Olga Majeau

De ogen van de medewerkster van het Goethemuseum in Frankfurt glinsteren. In mijn telefoon zoek ik naar de foto die ik van die ene tekening heb gemaakt.
Eerder was hij me niet opgevallen te midden van de grotere, gedetailleerdere vellen die Maxe (of Maximiliane von Arnim-Oriola (zie vorige post, of lees mijn boek) had gemaakt en die in de map van Konrad zaten. Deze potloodtekening was kleiner en schetsmatiger, en komt vermoedelijk uit een liggend A5-schetsblok. Ik heb het idee dat het in hoogte zelfs iets kleiner is dan een A5.
Op een dag gebeurde wat me vaker overkwam tijdens het schrijfproces: dat je weer eens iets ter hand neemt, er nog eens goed naar kijkt en je ineens een nieuwe betekenis geeft aan wat je ziet, omdat je meer context kent dan voorheen.
In eerste instantie had ik een weinigzeggend tafereel gezien. Maxes andere tekeningen waren veel gedetailleerder en mooier. Deze is niet af; het lijkt wat haastig getekend. De verhoudingen zijn niet helemaal kloppend, zeker aan de arm van de oude vrouw is te zien dat het een snelle schets was.
De setting is huiselijk. Meisje zit bij oude vrouw aan een tafel. Oude vrouw bekommert zich om de kleine. Op tafel staat een soort vogelhuisje, of is het een lantaarn? Ook ligt er gevogelte, waarschijnlijk een kippetje. (Niet op een schaal of een bord? Of moest dat er nog bij getekend worden?) Kind heeft iets ronds in haar hand. Een broodje waarschijnlijk. Oma helpt kind met eten.
Er staat geen jaartal bij. Ook niet wie erop afgebeeld zijn.
Soms hoef je alleen maar logisch na te denken. Ik wist ineens wie het zijn, en ik wist ook in welk jaar dit door Maxes potlood zo snel moet zijn vastgelegd.
De oude vrouw kan geen dienstmeid zijn. Die waren te onbelangrijk om te tekenen, en bovendien waren dienstmeiden doorgaans niet zo oud als deze vrouw hier lijkt. Ze is niet iemand die toevallig even op bezoek was, een buurvrouw ofzo. De kokkin zou er ook niet zo uitzien als deze vrouw, met die kleding en dit hoofdkapje op.
En dit kind is niet zo maar een kind. Het moet Maxes dochter zijn, Armgard (de vrouw die jaren later op mijn Lenbachschilderij werd afgebeeld met haar zoontje, mijn overgrootvader Árpád).
Armgard is geboren in 1856. Hier is ze 2,5 of hooguit 3 jaar oud. Dat betekent dat het jaartal waarin dit tafereeltje is getekend 1858 moet zijn.
De oude vrouw kan niet anders dan Maxes moeder zijn: Bettina von Arnim.
Van Bettina, de bekende schrijver uit de romantiek, dichter, kunstenaar, voorvechter voor emancipatie van vrouwen en verschillende minderheden, en wier schilderij in het museum hangt, bestaan niet zo veel afbeeldingen. De afbeeldingen die er van haar zijn, verschillen veel van elkaar.
De medewerkster van het Goethemuseum en ik zijn zojuist nog een keer het museum ingegaan, want als ik daar ben, leidt men mij er altijd weer even in rond en dan eindigen we mijmerend in de zaal van mijn voorouders. Altijd staar ik daar een paar minuten naar Bettina’s inktpot, de portretten van haar man Achim, hun kinderen Maxe, Armgart en Gisela, en dan eindig ik bij het indrukwekkend grote schilderij van Bettina zelf. Op dat schilderij is ze vlak voor haar dood afgebeeld. Ze zit in een stoel te luisteren naar een vioolkwartet bij haar thuis. De beroemde violist Josef Joachim speelde in dat kwartetje mee.
Op 20 januari 1859 stierf Bettina.
Deze schets zal dus op zijn laatst eind 1858 zijn gemaakt.
Een grootmoeder (in dit geval eentje naar wie later vele scholen, straten en instituten in Duitsland zijn vernoemd) met haar kleinkind aan een tafel, op een in eerste instantie nietszeggende tekening. Waarschijnlijk is dit het laatste wat van Bettina is vastgelegd, want het grote schilderij dat in het museum hangt, is postuum geschilderd.
Dat Bettina haar arm om het kind heeft geslagen, is het enige detail waardoor ik even heb getwijfeld of zij het wel kan zijn. Bettina heeft namelijk vier jaar daarvoor, in 1854, een beroerte gehad, waardoor er een arm verlamd is. Aan deze tekening te zien, zou dat dan haar linkerarm moeten zijn. Als ik kijk naar het grote schilderij in het museum dat ik meermaals fotografeerde, kon zij inderdaad haar rechterarm nog gebruiken. Ze leunt erop. Toch zegt dat niet alles. Een schilderij kan je natuurlijk mooier maken.
Ik kan er vast achter komen welke arm ze niet meer kon gebruiken, maar eigenlijk heb ik daar geen zin in, want dit verhaal is te mooi en wat mij betreft af.
Ik begrijp nu ook dat het snel geschetst moest worden. Als moeder moet je alert zijn met zo’n dreumes. Dan kan je verlamde Mamá nog doen alsof ze niet is uitgerangeerd en zich nog prima met je kind kan bezighouden, helemaal veilig is de situatie niet. Straks verslikt Armgardje zich of valt ze van haar hoge stoel. Of straks valt moeders nog om.
Opschieten dus, zal Maxe gedacht hebben. Ze wilde dit beeld vastleggen omdat het haar ontroerde, haar kind met haar oude moeder. Je wist maar nooit hoe lang ze nog van elkaar konden genieten.
Dit kleine geschetste tafereel geeft een inkijkje in het leven van een legende dat niemand in dit museum nog kende.
De medewerkster kan geen woord uitbrengen.
Ja, dit schetsje is wirklich ‘ein Schatz’.
Voorlopig ligt alles in de map bij ons thuis. Ik heb ‘m maar opgeborgen in een grote plastic tas van de stomerij. Ik weet anders ook niet waar ik ‘m moet laten. Op enig moment gaat ie ook in zijn geheel naar het museum, als ik ooit weer eens naar Frankfurt ga. En misschien is dat wel sneller dan ik nu denk.


Wordt vervolgd.